 |
|

![]()
Andere namen
Rood eiken, inlands Amerikaans eiken (Nederland), American red oak (Groot-Brittannië), roteiche (Duitsland) chêne rouge d'Amerique (Frankrijk), red oak, nothern red oak, southern red oak (Verenigde Staten).
Groeigebied
Oostelijke Noord-Amerika, aangeplant in Europa.
Toepassingen
Meubelen, betimmeringen, fineer en triplex, parket- en strokenvloeren, carrosseriebouw, trappen, speelgoed en andere houtwaren. De afwezigheid van thyllen in de houtvaten maakt het hout ongeschikt voor bijvoorbeeld wijnvaten (poreus) en scheepshuiden. Dit neemt echter niet weg dat het voor talloze andere doeleinden (voornamelijk binnenshuis) wel bruikbaar.
Boombeschrijving
Tamelijk snel groeiende boom, gemiddelde hoogte 20-25 m, met een diameter van 0.6-1 m. Onder zeer gunstige omstandigheden is een hoogte van 40 m met een diameter van 1.5 m mogelijk. Alleenstaande bomen ontwikkelen een dichte torenvormige kroon op een rechte ronde stam. De bladeren verkleuren in de herfst tot dieprood.
Houtbeschrijving
Amerikaan rood eiken is een ringporige, roodachtig lichtbruin gekleurde houtsoort en wijkt dus duidelijk af geelbruine tot middelbruine Amerikaans wit eiken. Voor blank werk is het gemengd gebruik van deze twee houtsoorten dan ook absoluut af te raden. Het 25 tot 35 mm brede spint heeft een geelwitte tot bleekroze tint. Nat hout is corrosief ten opzichte van ijzer. Blauwzwarte verkleuringen zijn het gevolg van de reactie tussen ijzer en het looizuur (tannine) in het hout. Rood eiken is wat grover van structuur dan wit eiken. Rood eiken heeft dus geen thyllen in de vaten (de vaten zijn dus niet verstopt, zoals bij wit eiken), zodat het indringen van houtaantastende organismen onder vochtige omstandigheden gemakkelijk kan plaats vinden. Het hout is daarom minder duurzaam dan wit eiken. Rood eiken uit de zuidelijke stat en van Noord-Amerika groeit sneller dan dat uit de noordelijke staten. Het heeft daardoor hout met bredere groeiringen en levert hareen en iets zwaarder hout dat het meer werkt.